Huurprijsberekening

 

Om de huurprijs te berekenen, wordt er gekeken naar het inkomen, het gezin en de woning.

De Vlaamse Regering heeft op 1 januari 2020 de huurprijsberekening gewijzigd.

Er zijn drie elementen die wijzigen:

  1. Voor een energiezuinige woning betaal je een energietoeslag
  2. De marktwaarde van jouw woning bepalen we met een nieuw schattingsmodel
  3. De manier om jouw inkomen vast te leggen wijzigt

 

 

Energiecorrectie :

Als wij, jouw huisvestingsmaatschappij, extra geld hebben geïnvesteerd om jouw woning energiezuiniger en milieuvriendelijker te maken, dan verbruik je minder energie en bespaar je geld op het gebruik van verwarming en warm water.

Om onze investering terug te kunnen verdienen, rekenen we een maandelijkse toeslag aan bovenop jouw huurprijs.  Deze toeslag heet de energiecorrectie en telt enkel voor woningen met energiezuinige investeringen, zoals een goede isolatie of een zuinige verwarmingsketel.

De grootte van deze toeslag hangt af van de hoeveelheid energie die jij minder verbruikt door onze extra investering.  Deze hoeveelheid energie berekenen we volgens de regels die de Vlaamse Regering vastlegde.

De uitgespaarde hoeveelheid energie rekenen we gedeeltelijk door aan het voordelige sociaal tarief.  Op deze manier is deze toeslag een eerlijk bedrag dat altijd lager is dan het bedrag dat jij bespaart op jouw energiefactuur.

Marktwaarde :

Je huurprijs hangt ook af van de marktwaarde van jouw woning.  Dat is de prijs die je zou betalen voor een gelijkaardige woning op de private markt.

Vanaf 1 januari 2020 bepalen we de waarde van je woning aan de hand van een schattingsmodel, de sociale huurschatter. Om de waarde te bepalen kijken we naar de ligging en andere eigenschappen, zoals het aantal slaapkamers of het bouwjaar. Op deze manier kunnen we een nog juister bedrag op de waarde van jouw woning plakken.

Bepalen van het inkomen :

Vanaf 1 januari 2020 houden we rekening met het inkomen van de huurders en alle meerderjarige gezinsleden.  Enkel het inkomen van meerderjarige kinderen die nog kinderbijslag genieten, tellen we niet mee.

Daarnaast kijken we vanaf 1 januari 2020 naar wat je verdiende in het jaar waarop je meest recente aanslagbiljet betrekking heeft.  Dat noemen we het referentie-inkomen. Dit is niet noodzakelijk voor alle gezinsleden hetzelfde jaar.

Enkel als jij en jouw gezin geen referentie-inkomen hebben, dan kijken we naar jullie huidige inkomsten.

Solidariteitsbijdrage :

Als jij en jouw gezin meer verdienen dan de inkomensgrenzen, dan betaal je een iets hoger aandeel. Deze solidariteitsbijdrage blijft behouden.

Dat wil zeggen dat inkomens die een vastgelegde inkomensgrens overschrijden zwaarder doorwegen in de huurprijsberekening.  De mate van overschrijding bepaalt het gewicht van het inkomen in de huurprijsberekening.

Zo betalen huurders met een hoger inkomen een groter aandeel in de huurprijsberekening. 

- 1/54ste, als het inkomen hoger is dan de toepasselijke inkomensgrens, maar lager dan 125% van de toepasselijke inkomensgrens

- 1/53ste, als het inkomen gelijk of hoger is dan 125% van de toepasselijke inkomensgrens, maar lager dan 150% van de toepasselijke inkomensgrens

- 1/52ste, als het inkomen gelijk of hoger is dan 150% van de toepasselijke inkomensgrens

Een huurder betaalt nooit meer dan de basishuurprijs. 

De toepasselijke inkomensgrenzen voor 2020 zijn:

- 25.317 euro voor een alleenstaande persoon zonder personen ten laste

- 27.438 euro voor een alleenstaande persoon met een handicap

- 37.974 euro, verhoogd met 2.123 euro per persoon ten laste, voor anderen

De definitie van persoon ten laste vindt u in artikel 1, eerste lid, 22° van het Kaderbesluit Sociale Huur.  Zo tellen kinderen van een huurder die bij hem regelmatig verblijven, maar er niet zijn gedomicilieerd, als volwaardige personen ten laste mee om de inkomensgrens te berekenen.

Het geïndexeerde inkomen bedraagt minstens het leefloon.

Het inkomen bepaalt niet alleen de huurprijs.  Soms heb je ook recht op een patrimoniumkorting of een gezinskorting.

Patrimoniumkorting :

De patrimoniumkorting blijft tevens behouden.  Uitgangspunt is de markwaarde van de woning.

De marktwaarde is gelijk aan de huurprijs van een woning van hetzelfde type, ouderdom en onderhoud op de private markt.

Afhankelijk van de marktwaarde, wordt er nog een korting gegeven.

Deze korting is maximum 144 euro (onderhevig aan indexering) voor sociale woningen met een lage marktwaarde en minimum 0 euro voor sociale woningen met een hoge marktwaarde

Dus hoe goedkoper de woning, hoe groter de extra korting.

Dit noemen we de patrimoniumkorting.

In 2020 wordt voor iedere verhuring de patrimoniumkorting opnieuw berekend, dit op basis van het schattingsmodel van de sociale huurschatter.

Gezinskorting :

Per persoon die voldoet aan de voorwaarden van een persoon ten laste, zal je 19 euro (geïndexeerd) per maand minder betalen.  Ook personen die minstens 66% invalide zijn, worden als persoon ten laste aanzien.

Minimum en maximum :

Je betaalt dus nooit meer dan 1/52 van uw inkomen, maar je betaalt ook nooit meer dan de basishuurprijs van de woning.  Op het moment dat je je huurovereenkomst afsluit, wordt de marktwaarde in je contract vastgelegd.  Vanaf dan wordt dit de basishuurprijs genoemd.  Deze basishuurprijs wordt jaarlijks geïndexeerd.  Het laagste van beide is dus het maximum.

Er is ook een minimale huurprijs.  Op basis van de marktwaarde betaalt een gezin met een heel laag inkomen nooit minder dan 126 euro (onderhevig aan indexering) per maand voor de goedkopere sociale huurwoningen en 252 euro (onderhevig aan indexering) voor de duurdere woningen.

Voor vragen over de huurprijsberekening kunt u terecht bij de Dienst Verhuur op het telefoonnummer 050/31.76.58 of via mail verhuur@bmh.vlaanderen.