Kooprecht zittende huurder

1/ Het aankooprecht werd op 24/04/2017 afgeschaft

dit recht is afgeschaft en voor de zittende huurders vervangen door een tijdelijke overgangsregeling tot 31/12/2021. Deze overgangsregeling bepaalt dat het aankooprecht van de zittende huurders maar mogelijk is voor huurders die op datum van 24/04/2017 (referentiedatum) reeds vijf jaar huurder waren van de woning in kwestie én waarvan de woning op dat moment al minimaal vijftien jaar verhuurd was na de opbouw of na de laatste integrale renovatie. Die laatste regel zorgt ervoor dat nieuwe of recent gerenoveerde woningen niet verkocht kunnen worden. Als je als huurder wil weten of je voldoet aan de voorwaarden van deze overgangsregeling, dan neem je best contact op met ons.

2/ Volgende woningen zijn geen voorwerp van het kooprecht:
  • woningen die gerealiseerd of gefinancierd worden, in het kader van een bijzonder programma en onder beding van specifieke verbintenissen, voor zover een van die verbintenissen een verkoop verbiedt;
  • woningen als vermeld in artikel 72 eerste lid 2° van de Vlaamse Wooncode (woningen uitgerust voor personen met een handicap);
  • woningen die deel uitmaken van een gebouw met meerdere woningen (appartementsgebouw), waarbij de verkoop mede-eigendom over gemeenschappelijke delen doet ontstaan, tenzij al eerder een woning uit hetzelfde gebouw verkocht is;
  • woningen waarvoor renovatiewerkzaamheden gepland zijn en die opgenomen zijn op het uitvoeringsprogramma, vermeld in artikel 33 § 3 van de Vlaamse Wooncode, of die erkend zijn als principieel vatbaar voor subsidiëring ten laste van het Vlaams Gewest.
  • woningen gebouwd of gerenoveerd na 24/04/2002.

3/ Bijkomende voorwaarden waaraan de koper moet voldoen:

  • Op de referentiedatum (= datum waarop de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij attesteert dat voldaan is aan de voorwaarden voor de aankoop) geen andere woning of perceel dat bestemd is voor woningbouw volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik bezitten;
  • Het recht om de gehuurde woning te verwerven onder de voorschreven voorwaarden, komt toe aan de oorspronkelijke ondertekenaar(s) van de huurovereenkomst. Indien deze verzaakt aan het kooprecht, kan de gehuurde woning onder dezelfde voorwaarden verworven worden door:
    • de persoon die gehuwd is of wettelijk gaan samenwonen is met de oorspronkelijke ondertekenaar, na de aanvang van de huurovereenkomst, of;
    • de partner die minimaal 12 maanden feitelijk samenwoont met de oorspronkelijke ondertekenaar en die tijdens de huurovereenkomst, de huurovereenkomst mee heeft ondertekend.
  • Wanneer zowel de oorspronkelijke ondertekenaar als één van de personen vermeld onder het eerste of tweede punt de gehuurde woning willen verwerven, moet enkel de oorspronkelijke ondertekenaar van de huurovereenkomst de gehuurde woning vijf jaar hebben betrokken.
  • Het kooprecht kan niet worden afgestaan aan een inwonende descendent (kinderen, kleinkinderen) of ascendent (ouders, grootouders).

4/ Verplichting na aankoop van de woning

  • De koper is verplicht de woning te bewonen gedurende een periode van 20 jaar na de aankoop ervan. Als hij de bewoningsplicht niet nakomt, of als hij de woning wil verkopen binnen die termijn, heeft de sociale huisvestingsmaatschappij het recht de woning terug te nemen tegen de oorspronkelijke verkoopprijs, vermeerderd met de gemaakte aankoopkosten en van de kosten van de verbetering- en herstellingswerkzaamheden, voor zover deze niet werden uitgevoerd in strijd met de bepalingen op de ruimtelijke ordening en stedenbouw. De terugname van de woning gebeurt vrij van alle lasten en hypotheken waarmee de koper de woning mocht hebben bezwaard. Als de sociale huisvestingsmaatschappij geen gebruik maakt van dat recht binnen de twee maanden nadat ze kennis kreeg van het ontstaan ervan, vervalt de voormelde verplichting voor de koper.
  • De zittende huurder die de woning aankoopt, betaalt alle belastingen, heffingen, erelonen en kosten met betrekking tot de verkoopakte en de schatting, alsook, binnen een maximum van 974 euro (geïndexeerd bedrag 2020), de kosten voor de afpaling, opmeting en administratieve kosten. De schattingsvergoeding bedraagt 288 euro (geïndexeerd bedrag 2020) en wordt niet in beschouwing genomen voor het maximumbedrag van 974 euro (geïndexeerd bedrag 2020).

Meer info => 050 31 76 58 / verhuur@bmh.vlaanderen